‘Samen toekomstbestendig voedselbeleid maken’

“Als overheid staan wij aan de lat om andere keuzes te maken die een nieuw voedselsysteem mogelijk maken.” Volgens gedeputeerde Gezondheid & Welzijn Mariëtte van Leeuwen van de provincie Zuid-Holland is voedsel te belangrijk om te versnipperen over beleidsterreinen. En ze wil een actieve rol spelen in het realiseren van toekomstbestendig voedselbeleid in co-creatie met gemeenten en initiatieven uit de samenleving.

Dat deelde de gedeputeerde tijdens het Nationaal Voedselberaad op 10 april, dat werd gehost door de provincie en dat een snelgroeiende beweging zien. Voedsel vormt daarbij de ingang naar een gezondere, eerlijkere en meer verbonden samenleving. Initiatiefnemers, beleidsmakers, bestuurders en ondernemers werken steeds meer samen aan blijvende en noodzakelijke verandering.

Voor de ruim tweehonderd aanwezige voedselveranderaars is het duidelijk: voedsel is veel meer dan wat er op ons bord ligt. Het raakt vele onderwerpen: gezondheid, sociaal beleid, armoedebestrijding, economie, landbouw, klimaat, ruimtelijke ordening en duurzaamheid. Een samenhangend voedselbeleid draagt direct bij aan een gezonde en toekomstbestendige samenleving.

Om te groeien hebben voedselinitiatieven te maken met regels, budgetten en politieke keuzes die de beweging kunnen versterken – of juist niet. Daarom bundelen steeds meer partijen hun krachten. Want alleen samen kan deze brede maatschappelijke beweging uitgroeien tot een volwaardig alternatief voor het huidige voedselsysteem.

Initiatiefnemer Miriam Offermans riep tijdens het beraad op: “Met elkaar hebben we deze grote puzzel stukje bij beetje te leggen. Samen kunnen we als volwaardig partner aan overheden laten zien wat er allemaal mogelijk is en acief in co-creatie toekomstbestendig voedselbeleid realiseren.”

De provincie Zuid-Holland wil daarin een actieve rol spelen. Volgens gedeputeerde Gezondheid & Welzijn Mariëtte van Leeuwen is voedsel te belangrijk om te versnipperen over beleidsterreinen. “Als het van iedereen is, is het van niemand. Maar als overheid staan wij aan de lat om andere keuzes te maken die een nieuw voedselsysteem mogelijk maken.”

Die noodzaak wordt steeds urgenter. Aan de oppervlakte zien we problemen als obesitas en diabetes, stikstof en minder biodiversiteit. Maar daaronder liggen dieper gewortelde ideeën over groei, efficiëntie en winst. En terwijl de maatschappelijke kosten van ongezond eten en milieuschade oplopen, wordt gezond voedsel voor veel mensen juist minder toegankelijk.

Reden te meer om met elkaar het gesprek aan te gaan over de onlangs aangenomen provinciale voedselvisie , die draait om vier centrale waarden: beschikbaarheid, gezondheid, ecologische balans en rechtvaardigheid. “Als provincie faciliteren we nu verbinding en ontmoeting, zodat we samen de kar kunnen trekken. Dat kunnen we als provincie niet alleen daarin zoeken wij actieve samenwerking met gemeenten en lokale voedselsamenwerkingsverbanden”, stelt Van Leeuwen.

Er zijn vele vormen van nieuwe samenwerking zichtbaar. Ook op regionaal niveau ontstaan nieuwe modellen. In bioregio’s als de Friese Greidhoeke die samen met boeren, inwoners en (zorg)organisaties verbinding creëren tussen productie, consumptie en distributie. Gezondheid is daarbij een sterke verbindende factor. Of denk aan Burgerboerderijen waar consumenten mede-eigenaar zijn, zoals De Patrijs in het Gelderse Laren. Hier werken burgers en boeren samen aan gezond voedsel en een levendig landschap.

In Rivierenland laat een gebiedscoöperatie zien hoe samenwerking tussen publieke en private partijen kan leiden tot concrete projecten, waar publieke en private partijen onder meer samen circulaire fruitteelt realiseren. Ook ontstaan steeds meer voedselnetwerken en voedselraden. Deze groepen houden zich bezig met het verbeteren van het lokale voedselsysteem — dus alles van productie tot consumptie van voedsel in steden en plattelandsgemeenten. Gevraagd en ongevraagd geven zij advies om voedselbeleid op de agenda te zetten. De ambitie: in 2030 hebben dertig gemeenten een integrale voedselvisie.

Een treffend beeld voor deze beweging komt uit de natuur: een kolonie mieren. Deze dieren lijken op het eerste gezicht chaotisch te bewegen, maar creëren samen nieuwe paden. Niet door centrale sturing, maar door kleine individuele keuzes die met elkaar een nieuw systeem vormen.
Diezelfde beweging is hier zichtbaar. Overal ontstaan nieuwe routes. De uitdaging is nu om ze met elkaar te verbinden en te versterken. Zoals Liane Lankreijer, initatiefneemster van de Haagse vereniging Ons Eten zegt: “Als mieren in vijf jaar een weiland kunnen omploegen, kunnen wij in vijf jaar het voedselsysteem veranderen!”

[met dank aan de provincie Zuid-Holland voor dit verslag]